Haras de Vollezeele

Veel meer dan de som van de gebouwen

Van het Hof te Fonteyntjes naar Haras de Vollezeele

Haras de Vollezeele is verrezen uit de grondvesten van het Hof te Fonteyntjes. Ten tijde van 1884 was het Hof te Fonteyntjes een U-vormige boerderij met een afgezonderde schuur (zie afbeelding). Het idee om de hoeve uit te bouwen naar een statige stoeterij kwam na de successen van Brillant. Iedereen, zowel binnenlandse als buitenlandse kopers, wou hier een hengst of ruin kopen. Het oude Hof te Fonteyntjes moest een 'grandeur' krijgen zodat het beter paste bij het commercieel concept dat roem en glorie uitstraalde. De bouw van Haras de Vollezeele startte in 1891 met de langschuur (nr 1 op de foto hieronder) en eindige rond 1911 met de grote stalvleugel (nr6).

De langschuur 1891 (1)

De langschuur is te herkennen aan haar vijf gekoppelde, parallelle zadeldaken met sterke overkraging. De straatgevel alsook de corresponderende gevel achteraan is opengewerkt met een houten inrijpoort onder een houten latei met erboven een bakstenen korfboog. De vijf puntgevels zijn bovenaan voorzien van een uilengat terwijl de gevelpunten van de drie middelste traveeën aan de erfzijde een decoratieve bakstenen boogfries hebben en één in baksteen uitgewerkte bouwdatum '1891'. Binnenin wordt de dakconstructie gedragen door vier bakstenen pijlers'.

De schuur werd gebruikt voor de opslag van stro en het parkeren van de houten karren. Zoveel stro was er destijds nodig om de stallen netjes in te strooien. Als je weet dat er op dat moment op Haras de Vollezeele gemiddeld 100 hengsten of ruinen te koop stonden zonder te spreken van de opgroeiende veulens, dan is het logisch dat er een grote voorraad was aan stro en hooi. In 1891 was de Repingestraat nog een kleine geplaveide landweg waar de trekpaarden de volgeladen, met hooi- of strobundels, houten karren de schuurpoort binnenreden. Het stro/hooi werd handmatig gestapeld in de schuur.

De aanbouw aan de langschuur 1900 (2)

Deze aanbouw diende als bevallingskwartier voor de drachtige merries. Het veulen was goud waard en daarom zorgde de boer voor de meest optimale omgeving om zijn paard te laten veuleren. De vier schouwen in het dak zijn getuige van de aanwezige kachels in de stallingen. Uit betrouwbare bron weten we dat vroeger een 'gast' die in de oude vlaamse benaming een stalknecht was, in dezelfde ruimte van de merrie sliep om haar eventueel bij te staan bij het veuleren. In die tijd waren de veulens gegeerd en vooral hengsteveulens waren voor de site veel geld waard! Haras de Vollezeele had een uitstekende reputatie door de populaire hengst Brillant waardoor kopers van Amerika tot Rusland naar Vollezele reisden voor de aankoop van een trekpaard. Ook de boeren wouden de beste hengst voor hun merries en ook zij kwamen naar Vollezele afgezakt. Door de grote verkoop van hengsten en ruinen moesten vele hengstenveulens aangekocht worden. Het hele pajottenland en de Denderstreek bevoorrade Vollezele met hengstenveulens. Deze veulens, tussen 3 en 6 maanden oud, werden in groepen volgens leeftijd opgesplitst zodat ze samen onder het toeziend oog van een oudere merrie konden spelen en opgroeien in de vruchtbare weides in en rond Vollezele.

Er was onderlinge concurrentie tussen de stoeterijen in de zoektocht naar hengstenveulens.... Handelaars werden ingezet om zoveel mogelijk goeie hengsten op te kopen. Rond het jaar 1900 had de industrieel Van Landuyt uit Overboelare het idee om een contract tussen de boer en de hengstenhouder op te stellen. Al snel werd dit overgenomen in elke stoeterij. In deze overeenkomst werd tussen de landbouwer (=merriehouder) en de henstenhouder bedongen dat alle hengstenveulens, die geboren werden uit de gedekte merries, tegen de bedongen prijs verkocht werden aan de eigenaar van de dekhengst, hier was dat Haras de Vollezeele. Een goeie zaak voor voor Haras de Vollezeele als men weet dat dekhengsten in 1896 een minimum koopwaarde hadden van 10.000 frank. De merriehouder (meestal een landbouwer) had het voordeel dat hij een koper had voor zijn hengstenveulen en dit tegen een vaste prijs, want met een hengst kon deze niet veel aanvangen. Deze contracten bezorgden de hengstenhouders een groot voordeel want hierdoor waren ze zeker dat het hengsteveulen van hen was. Een voorbeeld van zo'n overeenkomst vindt je hier

Het wagenhuys en de prachtige paardenstallen 1900 (3)

Het wagenhuys werd opgetrokken met de gebintes van de schuur die weliswaar afzonderlijk op het Hof te Fonteyntjes stond. Vier knusse veulenstalletjes leunen aan tegen het statige wagenhuis. Net achter het wagenhuys liggen de majestueuse paardenstallen met middengang. Deze prachtige stallen stralen kracht uit en dwingen respect af van elke bezoeker. In het boek 'Mijn Gedacht' van Marijn Devalck, afkomstig uit Vollezele, lezen we dat op elke imposante stalpoort de naam stond van de hengst (trekpaard) die er gestald was.

Een woning als een château (5)

De cartouche in de gevel verraadt dat deze statige woning in 1906 werd opgetrokken. Ook de naam van de site 'Haras de Vollezeele' werd in de voorgevel gebeiteld. Deze woning diende om de toevloed aan rijke kopers te ontvangen waarbij ze verwend werden met eten, drank en sigaren. Het is niet voor niets dat er verteld wordt dat hier: de champagne van den dorpel liep... Zeker is dat op Haras de Vollezeele de kopers niets te kort hadden.... alles werd er tot in de puntjes geregeld en de koper trok steeds tevreden naar huis! De prachtige living en de later aangebouwde verkoopsruimte verraden hoe de kopers behandeld werden.... Getuige hiervan is de grote kelder met zijn vele wijn en champagnenissen en met zijn eigen beenhouwerij. Niets werd aan het toeval overgelaten.

De grote stalvleugel met zijn aanbouw, de knechtenwoning en het atelier 1911 (6)

In de grote stalvleugel zijn vier grote boxen met telkens een drinkbak en voederbakken. Via een kleine muuropening vanaf de koer werd de drinkbak aangevuld.... Destijds was het de zware dagtaak van een dienstmeid om de trekpaarden water te geven. Ze liep de ganse dag op een neer, water ophalen uit de bron om daarna het water uit te gieten in de waterbakken van de trekpaarden. De knechten vulden de voederbakken en hooiruiven twee keer per dag op met hooi en ander voeder vanuit de met bloemenmotief betegelde middengang. In de knechtenwoning woonde de eerste stalknecht, deze zorgde ervoor dat alle werk op de stoeterij vlotjes verliep. Op Haras de Vollezeele is een broodoven voor wel 100 broden! Waarom zoveel brood bakken? In die tijd (1900) kreeg iedereen die op de boerderij werkte en woonde, eten en drinken. Vergeet hierbij niet dat rond 1906 vele kopers ook een maaltijd aangeboden kregen.

De boomgaard

De boomgaard van Haras de Vollezeele bevindt zich net naast de ommuurde moestuin. Deze boomgaard werd opnieuw uitgebreid met o.a. oude lokale rassen. Wist je dat het Pajottenland een land- en tuinbouwstreek is met een eeuwenoude fruittraditie? Hierbij was de boomgaard op de eerste plaats voor eigen gebruik bedoeld. Wat teveel was, werd op lokale markten verkocht. De teelt was gericht op fruit met praktische eigenschappen zoals bewaarbaarheid, weerstand tegen ziekten maar ook voor andere toepassingen zoals stooffruit en vruchten waaruit cider of stroop kon worden gemaakt. Elke boomgaard was verschillend omdat het de weerspiegeling was van de persoonlijke smaak van de eigenaar. Hierdoor kwam het dan ook dat er in het Pajottenland een grote variatie aan fruitsoorten en -rassen aanwezig was. Ook kersen en krieken waren zeer populair. Vooral de Schaarbeekse krieken waren in de 18de eeuw hoog gewaardeerd en werden druk op de lokale markten verhandeld. Deze kriekenbomen werden meestal in hagen aangeplant onder de Brabantse naam ‘Kriekerij’ . Deze kriekjes werden verwerkt in het plaatselijke kriekenbier. Op de foto hiernaast ziet u mijn (over)grootouders, Irma Plaisant en Adolf Vanderroost, als jonge verliefden gezellig genietend van de schaduw van de boomgaard bij haar ouderlijke hoeve (in de volksmond 't Hof van Plaisant genoemd) te Kokejane.

De siertuin

Historische studies vertellen dat elke herenboerderij een siertuin had. Op Haras de Vollezeele bevindt deze zich achteraan op het erf. In de siertuin van Haras de Vollezeele staat een majestueuse rode beuk naast een es. Vanuit deze siertuin is er een prachtig zicht op de kerk van Vollezele en op zijn omgeving. Deze siertuin is een groene oase van rust en schoonheid.