======================================================== -->

Hof te Reepingen

Na 100 jaar weer herenigd met Haras de Vollezeele

Van Abdijhoeve naar Stoeterij

Ten tijde van het ancien régime, tussen het jaartal 1130 en 1136, kwam de benedictinessenabdij van Vorst in het zuidwesten van Brabant in het bezit van vier belangrijke hoeves: het hof te Reepingen, het hof te Reinsberg en het hof te Ham gelegen in Vollezele en het hof Tasseniers in Galmaarden. Maar wie of wat is de benedictinessenabdij van Vorst?

De benedictinessenabdij van Vorst

Alles begon in 1096 toen Gilbert van Aalst een schenking deed aan de Abdij van Affligem om een dochterpriorij op te richten bij Lede. Dit was ten tijde van de Kruistochten en deze heer wou een onderdak bieden aan de vrouwen die de kruisvaarders achterlieten. Hij deed dit in eerste instantie voor zijn moeder Oda en zijn zus Lutgard. Zijn voorgevoel was juist en de heer Gilbert sneuvelde. Fulgentius was de eerste abt van Affligem van 1087 tot 1122 en deze liet de priorij van Lede overbrengen naar Vorst omdat deze parochie in 1105 door de bisschop van Kamerijk aan Affligem was overgedragen. In de Abdij van Vorst huisde benedictinessen. Toetreding was alleen voor dames van adel. Jonkvrouwen, baronessen, burggravinnen, gravinnen, markiezinnen, hertoginnen van over het huidige Europa traden toe tot de orde. De Abdij van Vorst was niet zozeer een plaats voor vrome zielen, maar zoals de heer Gilbert het wou vooral een beschermd tehuis voor dochters die niet konden of mochten huwen, of voor weduwen die onbeschermd achterbleven. De adelijke titel en de hoge 'dos’ (een bedrag dat bij intrede moest worden betaald) maakte van de Abdij van Vorst iets exclusief. De bezittingen van de abdij groeiden dan ook snel aan dankzij talrijke schenkingen, onder meer van de hertogen van Brabant en de burggraven van Brussel. De Abdij van Vorst verwierf verschillende domeinen en hoeven, waaronder grote delen van Vorst, de Sint-Martinuskerk van Burst en deze van Schaarbeek. Tussen 1130 tot 1136 kwam ze in Vollezele in het bezit van drie hoeves, het Hof te Reepingen, het Hof ter Ham en het Hof te Rensberg. De Sint-Paulus kerk van Vollezele werd tussen 1776-1777 opgetrokken in opdracht van mevrouw de Bousies, laatste abdis van de abdij van Vorst. Vollezele kreeg als allereerste van de 5 kerken in de 14 dorpen van het Land van Edingen een nieuwe kerk op kosten van de abdij van Vorst. Een nieuwe kerk was nodig omdat het bevolkingsaantal gestegen was. Het kerkgebouw moest toen 700 “communicanten” en hun familie kunnen verwelkomen, daarom werd in de nieuwe kerk 800 plaatsen voorzien. De uitbreiding van het oude kerkje lag moeilijk omdat men al te lang gewacht had met de nodige herstellingen, zodat men met een bouwvallige kerk zat en daarbij kwam dat deze bouwvallige kerk een weerspiegeling was van de armoedige gemeenschap. De abdij van Vorst betaalde de nieuwe kerk, een zogezegde Dewez-kerk (archtitect Laurent-Benoît Dewez van Verviers), met de pachtgelden van uit hun hoeven.

Net naast de nieuwe kerk werd een prachtig landhuis met tuin opgetrokken, waarin de Abdij enkele plaatsen ter beschikking van de pastoor van Vollezele stelde, de rest van deze statige woning met aanbouw en tuin was het buitenverblijf van de benedictinessen. De middengang van deze lichtrijke woning is geflankeerd door een prachtige imposante voor- en achterdeur. In het bovenlicht zie je zonnestralen en bloemen die vertrekken vanuit een Camino-schelp. (zie foto's). Hier kon je ten tijde van de benedictinessen een stempel krijgen als getuige van jouw pelgrimstocht en een plaats om te overnachten. Pelgrims decoreerden hun tassen met jacobsschelpen als teken van hun devotie. Deze schelp was zowel voor de bedevaarders van Santiago de Compostella als voor deze die naar de benediktijnerabdij op de Mont-Saint-Michel trokken. De werking van de bloeiende abdij werd op brutale wijze stopgezet door de Franse Revolutie. In 1795 werden haar bezittingen aangeslagen en verkocht als nationaal goed. In 1796 werd de gemeenschap opgeheven, maar de zusters waren toen al naar Keulen gevlucht. De zusters kwamen in 1823 terug uit Duitsland. De laatste van hen stierf in 1837. Op gevel van de kerktoren staat het wapenschild van de Abdij van Vorst en op de schuur van het Hof te Reepingen prijkt de wapenschild van de Benedictijnerorde als stille getuigen van deze tijd.

Van pachter naar eigenaar

De eerste gekende pachter van het Hof te Reepingen was Wouter van den Heetvelde en dateert van 1437. De ene pachter volgde de andere op in de loop der jaren. Na 1618 werd Raes Pardaens pachter. Verdere opzoekingen moeten duidelijkheid brengen wie er eigenaar werd van het Hof te Reepingen ten tijde van de Franse Revolutie. Zeker is dat de fam. Th. Demiddeleer - Thienpont in 1835 de hofstede schonken aan hun dochter Rosalia Demiddeleer. Het is de fam. Demiddeleer die de inkom van de hoeve tussen 1810-1811 heeft uitgebouwd. Om deze klus te klaren hadden ze twee jaren nodig. Dit kan je zien aan de houten latei van de inrijpoort waar het jaartal 1810 staat, terwijl de poort zelf het jaartal 1811 draagt. Ook de windmolen, genaamd 'de Middeleers Molen' gelegen op Craynem of een paar honderd meter verder dan de abdijhoeve was één van hun bezittingen. De fam. Pardaens - Demiddeleer boerde verder op het Hof te Reepingen en bekleedde destijds de functie van Burgemeester van Vollezele. Tot aan de openbare verkoop van 1921 had de familie Pardaens de hoeve in haar bezit. In 1921 werd de hoeve verkocht aan paardenkweker en veearts Alfred Vanderscheuren. Samen met zijn broer breidde hij de abdijhoeve uit tot een stoeterij. Hij kocht deze abdijhoeve, recht tegenover zijn ouderlijke thuis, aan om zijn trekpaarden op een imposante stoeterij te presenteren. Hier stond de kampioen van 1924 met name de hengst 'Prince Leopold'.

Het is op 't Hof te Reepingen dat mijn (over)grootouders, Ferdinand De Vos en Justine Van Laethem die actief waren op het Hof te Wolsem, gelopen hebben bij de aankoop van hun trekpaard. Bij die aankoop ontvingen ze een gedenkkader waarop Prince Leopold afgebeeld stond, de stamvader van hun aankoop (zie foto).